!
!

Meniscus letsel

 

De meniscus is een half maanvormig stootkussentje in de knie, tussen de botten van het dijbeen (femur) en scheenbeen (tibia). In de knie bestaan 2 menisci: een binnen- en een buitenmeniscus. Naast de werking als shockabsorbeerder hebben de menisci ook andere functies zoals het verspreiden van gewrichtsvloeistof en vormaanpasser tussen de bolle uiteinden van het femur en de relatief platte tibia. De buitenmeniscus is mobieler dan de binnenmeniscus om goede beweging van het kniegewricht mogelijk te maken. De menisci zijn verbonden aan het kapsel, het omhulsel van het kniegewricht. Vanuit dit kapsel wordt de meniscus voorzien van bloedvaatjes. Een gedeelte van de meniscus heeft de kans tot genezen na een letsel: dit betreft scheuren die in het goed doorbloed gebied lopen. Meniscusscheuren in het slecht doorbloed gebied van de meniscus kunnen meestal niet genezen. Abnormale beweging van een kapotte meniscus geeft pijn doordat het kapsel wordt opgespannen. 

 

Klachten van een gescheurde meniscus
Een meniscus kan scheuren als de knie een draailetsel ondergaat (bij voetbal- of hockey blessures, zaalsporten en ski-ongeval). De meniscus kan ook scheuren bij een draaibeweging van de knie in hurkhouding (bv vloertje leggen) of bij langdurig overbelasting (hardlopen). Klachten van een gescheurde meniscus zijn pijn aan de binnen of buitenzijde van de knie, zwelling van het kniegewricht, pijn bij hurken en knielen en/of slotklachten (het gevoel dat er iets klem zit in de knie). Als de gescheurde meniscus klem zit, kan de knie niet volledig worden gestrekt.

 
Soorten meniscusletsel
De meniscus kan op verschillende manieren scheuren: een dwarse scheur, flapscheur, vissenbekscheur of in zijn geheel losscheuren en omklappen (bucket handle scheur = scheur die lijkt op een omgeslagen hengsel van een emmer). De diverse scheuren kunnen plaatsvinden in goed of minder goed doorbloed meniscus weefsel. Hoe beter de doorbloeding, hoe meer kans op genezing van de meniscusscheur. 
 
 

Diagnose
Allereerst is het stellen van de diagnose belangrijk. Meniscusletsels komen vaak voor in combinatie met kruisbandletsel en kraakbeenafwijkingen van de knie. Het tijdig onderkennen en adequaat behandelen van deze letsels is belangrijk voor een goed herstel. De diagnose meniscusscheur wordt gesteld aan de hand van het verhaal van de patiënt (de manier van ontstaan van de klacht) en lichamelijk onderzoek van de knie. De meniscus is niet te zien op een röntgenfoto. Deze foto is echter wel van belang om andere letsels of oorzaken van de klachten te vinden. Soms wordt voor de diagnose een MRI scan van de knie gemaakt of wordt een kijkoperatie verricht. 

 

Behandeling
Bij jonge mensen met goede doorbloeding van de meniscus, kan de meniscus uit zichzelf genezen mits kniel- en hurkbewegingen worden vermeden. De knie geeft zelf aan tot waar het buigen verstandig is: bij pijn is de grens bereikt. Dit kan soms enkele maanden duren. Indien de klachten blijven bestaan en/of de knie op slot schiet, is een kijkoperatie (= arthroscopie) noodzakelijk. Afhankelijk van de soort scheur van de meniscus kan gekozen worden voor 3 vormen van behandeling tijdens de arthroscopie:

  • Een klein stabiele scheur, aan de rand van de meniscus, kan spontaan genezen. Soms wordt het littekenweefsel uit de scheur schoongemaakt om de genezing te bevorderen. Belangrijk is wel om, gedurende 3 maanden na de operatie, niet te knielen of hurken om de meniscus te laten genezen. 

  • Een complexe scheur of scheur in slecht doorbloed gebied, kan het best worden verwijderd (dit heet meniscectomie). De kans op genezing is zeer gering en in dit geval doet de meniscus meer kwaad dan goed voor de knie. Alleen het slechte stuk meniscus wordt weggehaald; wat goed is blijft zitten om de functie van de meniscus zo goed mogelijk te laten. 

  • Een instabiele  scheur, aan de rand van de meniscus, kan soms worden gehecht of getrephineerd (gaatjes prikken ter verbetering doorbloeding met of zonder hechting). Dit vergt speciale chirurgische vaardigheden van de orthopedisch chirurg. Vrijwel altijd kan dit tijdens dezelfde arthroscopie plaats vinden. Soms is het nodig om een extra incisie te maken aan de binnen- of buitenkant van de knie om de meniscus goed te kunnen repareren. Na afloop van een meniscus hechting moet u 6 weken met krukken lopen. Tevens mag u niet knielen en hurken gedurende 3 maanden. U mag de knie in de lucht gewoon buigen en ook in bed met gebogen knieën liggen. Alleen kracht zetten op de knie in buighouding (zoals bij knielen en hurken) maakt de kans op genezing van de gehechte meniscus kleiner. Kans van slagen van de meniscus hechting is 60-80%.


Indien de meniscus kan genezen, geniet dit altijd de voorkeur boven verwijdering hiervan. Het verwijderen van de meniscus kan leiden tot artrose van de knie na 15-20 jaar. Het hechten heeft echter ook enkele beperkte nadelen: de revalidatie (6 weken krukken en beperken van knielen en hurken) evenals de kans op complicaties van de meniscushechting. De kans op schade aan huidzenuwen of bloedvaten is mogelijk bij het hechten van de meniscus maar komt gelukkig zeer zelden voor (< 1%).

meniscus-scheur bij artroscopieBij alle behandelingen van de meniscus geldt dat ook bijkomende letsels van de knie, tijdig en adequaat, worden behandelen. Soms is het nodig om dit stapsgewijs te doen. Een voorbeeld hiervan is een letsel van de binnenband van de knie (mediaal collateraal band-mcl). Deze band is vaak ook aangedaan bij letsels van de meniscus na sportblessures. De mediale knieband geneest zonder operatie bij tijdig herkennen (< 2 weken na het letsel) en behandeling met een aangemeten kniebrace (die dag en nacht moet worden gedragen gedurende 6 weken). Indien de knie daarna weer goed buigt en strekt, kan de arthroscopie plaats vinden voor de behandeling van de meniscusscheur (zie plaatje hiernaast van een meniscusscheur bij artroscopie). Een bijkomende scheur van de voorste kruisband dient altijd te worden behandeld indien de meniscus wordt gehecht. Een reconstructie van de voorste kruisband vindt meestal plaats in een tweede operatie.   

 

Bron: RPA Janssen